
Grote industrieloodsen met lange overspanningen hebben forse dakgoten met een groot aantal regenpijpen die het regenwater naar onderen afvoeren. De regenpijpen zelf hebben ook nog eens een grote diameter en dat is echt nodig. Bij stortbuien vangen de daken enorme hoeveelheden water op dat allemaal afgevoerd moet worden. Als dat niet op tijd lukt, dan stroomt de dakgoot over en komt het water naar binnen in dezelfde grote hoeveelheden.
Op de afvoerpijpen zijn filters gemonteerd die er voor moeten zorgen dat er niet al te veel rotzooi in de regenpijpen verdwijnt dat verstoppingen kan veroorzaken. De filters zijn aan de bovenzijde dicht en rondom bevatten ze de openingen voor het regenwater. In de praktijk blijken dit uitermate geschikte plaatsen te zijn voor kokmeeuwen om hun nesten op te bouwen. Lekker in de luwte van de daken en in het zonnetje. Nat worden ze niet, want het water stroomt onder hun door. Omdat de enorme daken niet alleen regenwater opvangen, maar ook veel industrievuil, stuifzand/grond dat in de lucht zit, verandert de dakgoot binnen de kortste keren in een weelderig park met gras en zelfs jonge boompjes. Wat wil je nog meer om je kokmeeuwjongen groot te brengen. Uiteraard functioneert de waterafvoer dan niet meer zo als het hoort...